Iets meer dan een eeuw geleden was er in Sancerre hoofdzakelijk pinot noir te vinden. En een heel klein beetje chasselas die overrijp als witte tafeldruif verkocht werd. Tijdens de phylloxera-plaag ging echter heel veel pinot verloren. Pas na de tweede Wereldoorlog ving een aantal vooruitstrevende boeren aan met een grootschaliger aanplant van sauvignon blanc, de variëteit die veel beter entbaar bleek op de Amerikaanse wortelstok dan zijn populaire rode voorloper.
Domaine Paul Prieur & Fils - inmiddels geleid door Didier, de vijfde generatie Prieur - is gevestigd in het plaatsje Verdigny in het departement Cher. Hier, en rond het dorp Sancerre, bezit de familie ongeveer vijftien hectare wijngaarden waarvan tweederde beplant is met sauvignon blanc voor witte Sancerre. Het overige deel wordt ingenomen door pinot noir voor een roséwijn en een rode variant.
De sauvignon druif van Domaine Paul Prieur staat in twee verschillende grondsoorten. In het zuidwesten van de appellatie is dat de Caillotes-bodem en in het noordwesten de Terres Blanches. Elk brengt een eigen type wijn voort die uiteindelijk samenkomen in een assemblage.
De Caillottes of Cris-bodem bestaat uit rotsachtige hellingen samengesteld uit arme, stenige en sterk kalk- en mergelhoudende grond die zeer stuivende, fruitige, elegante en verfijnde wijnen opbrengt. De Terres Blanches vormt een terroir van kalk, mergel en klei die voor krachtige, gulle, complexe en intens kruidige wijnen zorgt.
Voor de rosé en rode Sancerre oogst de familie pinot noir van de steviger gestructureerde bodems in de dalen rond Verdigny.
|