Achter het huis Barceló schuilt een zeer lange traditie van wijnmaken. Dit historische familiebedrijf heeft zijn wortels in de streek rond Malaga, in het zuiden van Spanje. Het werd opgericht in 1876 en beleefde een grote bloeiperiode aan het begin van de 20e eeuw, toen de zoete wijnen van Malaga overal in Europa zeer populair waren. De terugval in de verkopen van dit type wijn in het verdere verloop van de 20e eeuw dwong de familie tot het verleggen van de wijnhorizon. Er werden wijngaarden verworven in het noorden, in de streek van Ribera del Duero.
De eerste wijnen kwamen op de markt in 1990. De eerste Crianza’s en Reserva’s in 1991. Inmiddels is de vierde generatie aangetreden, die het bedrijf heeft verkocht aan de Grupo Entrecanales, maar die wel actief is gebleven in de leiding van het bedrijf.
De wijngaarden bevinden zich op de zuidelijke oever van de rivier de Duero, zodat ze een ligging hebben op het noorden. Dat betekent dat ze in dit warme klimaat niet te snel rijpen, omdat ze op het heetst van de dag niet loodrecht onder de brandende zon staan. Voor het maken van de wijn is een zeer fraaie bodega neergezet, die zich voor een deel onder de grond bevindt. Dat levert een perfect rijpingsklimaat op voor de wijnen, omdat de temperatuur voortdurend laag blijft, zo rond de vijftien tot zestien graden. Daarmee wordt het perfecte klimaat geschapen voor het maken van een echte topwijn, rijp en zacht, in de beste tradities van het nieuwe gebied voor Spaanse topwijnen, Ribera del Duero.
|